POLITIE ZOEKT PERSONEEL ONDER TOPSPORTERS
08 juni 2009
Het werven van goed en voldoende gekwalificeerd personeel is een behoorlijke opgave voor de Nederlandse politie. Door topsporters voldoende faciliteiten te bieden willen de korpsen een aantrekkelijke werkgever worden. De werknemers profiteren daarvan tijdens, maar zeker ook ná hun actieve loopbaan in de sport.

‘Ik heb altijd gezocht naar mogelijkheden om mijn sportcarrière te combineren met een baan’, zegt Marieke Wijsman. ‘Zeker rond mijn dertigste besefte ik natuurlijk dat het schaatsen een keer op zou houden. Niet dat ik me zorgen maakte. Als sporter ben je gewend om steeds te zoeken naar openingen en te vechten voor een plek, dus ik had wel vertrouwen dat me dat zou lukken.’
‘Maar ik heb altijd een passie gehad voor het politiewerk, zonder dat ik overigens zelf dacht dat ik ooit zo’n baan zou krijgen’, vertelt de 32-jarige schaatster. ‘Ik hoorde van judoka Claudia Zwiers dat de politie op zoek was naar medewerkers. Dat was echt een eye-opener. Begin 2006 heb ik gesolliciteerd, in juni ben ik aangenomen voor de opleiding en in augustus begon ik met m’n opleiding.’ Wijsman is in dienst van het korps in Friesland en werkzaam in Joure.

Wijsman en wielrenner Teun Mulder waren in 2006 de eerste topsporters die onder de nieuwe regeling in dienst traden van de politie. In november 2007 werd een complete ploeg van 17 sporters gepresenteerd. Dat was het resultaat van de samenwerking die Politie Nederland en NOC*NSF hebben gesloten.
In de publiciteit is vaak een vergelijking getrokken met de Defensie Topsport Selectie. De successen van de sporters uit die ploeg hebben de politie weliswaar op hetzelfde spoor gezet, maar de doelstellingen verschillen nogal. Kandidaten die in dienst treden van de politie doen dat niet alleen voor de periode dat ze actief zijn als topsporter. Het dienstverband is in principe bedoeld als eerste stap naar een volledige carrière bij de politie. ‘Het biedt me de kans om nu al te gaan werken en ervaring op te doen voor mijn leven ná mijn periode in de topsport’, aldus roeister Femke Dekker, die zich voorbereidt op de Spelen van Beijing in augustus 2008. Ze noemt ‘bereidheid tot teambuilding, doorzettingsvermogen en de wens om succesvol te worden’ als belangrijke kenmerken voor potentiële politiemensen.
Dekker werkt als communicatiemedewerker bij een van de politiekorpsen werkt. Een dienstverband is namelijk niet beperkt tot de gebruikelijke functie van politieagent. Bij de 26 regiokorpsen en de landelijke politiediensten zijn ook burgerfuncties waarvoor topsporters de vacatures kunnen vervullen.

‘Wij zijn altijd op zoek naar topmedewerkers en we denken die ook in de topsport te kunnen vinden’, zegt Moeke Hagenaar. Hij werkte enkele decennia in Amsterdam, was korpschef in Friesland en is nu als voorzitter van de Nederlandse Politie Sportbond betrokken bij dit project. ‘De arbeidsmarkt is niet zo ruim, zeker niet als je op zoek bent naar kwaliteit en dat moeten we als politie natuurlijk.’
‘We bieden in feite twee mogelijkheden. We kunnen jonge topsporters in dienst nemen die nog aan het begin van hun sportcarrière staan en dat langere tijd willen combineren met een aangepast dienstverband bij de politie. Maar we zijn ook op zoek naar topsporters aan het eind van hun sportloopbaan, die zich oriënteren op een maatschappelijke carrière.’
Om in aanmerking te komen voor een werkplek binnen de selectie dienen de sporters de A-status te hebben, dan wel als jongeren een status als “high potential”. ‘Wij zijn van mening dat die topsporters een heel positieve uitstraling hebben voor onze korpsen’, zegt Wagenaar. ‘Als je in de topsport gewend bent te streven naar het beste en het hoogste, hou je die ambitie in je verdere leven. Je bent gewend om te focussen, om je te concentreren en dat is een mentaliteit die wij nodig hebben. Politiewerk is in feite topsport.’
Naar buiten toe moeten de sporters het imago van de politie helpen versterken. ‘Natuurlijk zijn ze ook uithangbord’, zegt Wagenaar. ‘Als sportidolen laten zien dat ze het werk bij de politie leuk en boeiend vinden, heeft dat wervingskracht. En zoals gezegd: dat kunnen we als politie op de krappe arbeidsmarkt goed gebruiken.’
Ook binnen het eigen korps kunnen de sporters een functie vervullen. ‘In Amsterdam werken al langer zo’n 25 subtoppers uit de sport, die hun collega’s stimuleren om te werken aan hun gezondheid en fitheid. Binnen de politie besteden we daar eigenlijk te weinig aandacht aan. Maar aan de laatste Dam tot Damloop deden 3000 politiemensen mee en dat was een geweldige happening. Ik zeg wel eens: Als je dat gezeik van burgers op straat zat bent, moet je die Damloop doen. Dan juicht het publiek weer voor je.’
De voormalig korpschef legt er de nadruk op dat de sporters een vast dienstverband krijgen. ‘Wij kunnen overal en op allerlei niveaus goede mensen gebruiken. Voor ons is dit een middel om dit personeel te werven en we hebben de ambitie om te investeren in hun toekomst. Topsporters zijn voor ons geen speeltje.’
Daar staat tegenover dat de politie van de kandidaten verwacht dat ze intrinsiek gemotiveerd zijn voor het politiewerk. ‘En als je eenmaal bij ons werkt, word je vanzelf extra gemotiveerd’, zegt Wagenaar.

Marieke Wijsman begon bij de politie toen ze nog deel uitmaakte van de KNSB-ploeg en is inmiddels als hoofdagent in het tweede jaar van de opleiding bezig, beurteling drie maanden op de opleiding en drie maanden op straat in Joure. ‘Het uitgangspunt was dat de sport vóór het rooster ging. Ik kreeg dus ruimte om mee te gaan op trainingskampen en daardoor kwam ik in de opleiding wel wat achterop. Dat kon ik inhalen door dat kwartiel later deels over te doen.’
‘Maar in het schaatsen miste ik de waardering. Commerciële ploegen hadden geen interesse meer. En de politie werd echt mijn nieuwe passie. Daarom besloot ik eind 2006 te stoppen met schaatsen. En het mooie van het Team Topsport politie is dan dat je gewoon kunt blijven. Ze zien je niet als extra kracht die weer vertrekt.’
Heeft de politie iets aan haar ervaring als topsporter?
‘Ik voel me niet meer of beter dan anderen en wil ook bescheiden blijven. Maar je hebt als topsporter bijvoorbeeld doorzettingsvermogen ontwikkeld en je bent gewend alles heel precies voor te bereiden. Dat zijn nuttige eigenschappen. Dat geldt ook voor de levenservaring die ik als 32-jarige heb opgedaan doordat je als topsporter altijd zelf verantwoordelijk bent geweest voor je eigen prestaties en problemen en tegenslagen bij mezelf hebt gehouden. Ik denk dat ik anderen daar ook wel mee kan motiveren en zie als ze een extra steuntje nodig hebben.’
 
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie